Door Atletiekunie - 2009-02-22 12:23:11
Betreft
Actuele onderwerpen Arnhem
28 januari 2009
Geachte voorzitters,
Leden van de unieraad,
Namens het bestuur van de Atletiekunie breng ik graag de volgende onderwerpen onder uw aandacht.
1. Samenstelling uniebestuur
Na het terugtreden van voorzitter Wim Slootbeek per 6 januari 2009 heeft het bestuur zich ñ in overleg
met de adviescommissie beleid en organisatie van de unieraad -beraden over een profielschets met het
oog op de invulling van dit voorzitterschap. Met het oog hierop is een procedure ontwikkeld die er op
gericht is om per unieraadsvergadering van 25 april 2009 in deze vacature te voorzien. Hiervoor worden
thans gesprekken met potentiÎle kandidaten opgestart. Tot de definitieve invulling van deze vacature zal
Sylvia Barlag als waarnemend voorzitter fungeren. Ook de overige portefeuilles binnen het bestuur zijn
aan de actuele ontwikkelingen aangepast. Het overzicht per 15 januari 2009 gaat hierbij als bijlage 1.
Het bestuur is verheugd te kunnen melden dat Theo Hoex bereid is gevonden om als kandidaat voor de
eerder vrijgevallen portefeuille Communicatie, Marketing en Evenementen in het bestuur te fungeren.
Theo Hoex (59 jaar) beschikt over een ruime bestuurlijke ervaring in de sportwereld en heeft vanuit deze
achtergrond een warme belangstelling voor de atletiek-en loopsport. Naast een aantal functies op
gemeentelijk niveau (sportzaken) was hij in de afgelopen jaren directeur van de Nederlandse Volleybal
Bond en directeur van de Wielrenunie. In die hoedanigheid maakte hij onder andere deel uit van een
aantal projectgroepen van de UCI en het NOC*NSF. Bovendien was hij van 2001 t/m 2004 werkzaam als
plv. directeur van de Directie Sport bij het ministerie van VWS. Thans is hij werkzaam bij de gemeente
Overbetuwe als gemeentesecretaris, tevens algemeen directeur en specifiek belast met politieke en
bestuurlijke aangelegenheden, organisatie ontwikkeling en regionale samenwerking. De komende tijd zal
hij zich, tot aan de formele kandidaatstelling op 25 april 2009, nader oriÎnteren binnen de Atletiekunie.
2. Verenigingsadvies 2009 en verder
Het bestuur van de Atletiekunie heeft onlangs ingestemd met de hoofdlijnen van de notitie
Verenigingsadvies 2009 en verder. Het gedachtegoed in deze notitie voorziet erin om de positie van
verenigingen verder te kunnen versterken en sluit daarmee aan bij het beleid van de overheid, het
NOC*NSF en het meerjarenbeleid 2009 ñ 2012 van de Atletiekunie. Het bestuur is van mening dat
verenigingen een (nog) nadrukkelijkere positie zouden moeten innemen binnen de structuur van de
Atletiekunie en dat daarmee de wederzijdse meerwaarde ook beter tot zijn recht zou kunnen komen. Het
plan zal de komende periode verder worden uitgewerkt inclusief de financiÎle consequenties van een en
ander. Een samenvatting van deze notitie is als bijlage 2 bij deze brief gevoegd.
3. Renflex Verenigingsapplicatie
Door de firma Renflex wordt de laatste hand gelegd aan de ontwikkeling van de Renflex Verenigings
Applicatie (RVA), het ledenadministratieprogramma voor verenigingen. De RVA biedt een compleet
ledenprogramma, inclusief alle gewenste financiÎle aspecten die bij het voeren van een administratie
behoren. De RVA is een applicatie, die via de website van de Atletiekunie, door middel van een inlogcode
voor verenigingen beschikbaar komt, waarbij iedere vereniging uiteraard zijn eigen applicatie beheert. De
applicatie van ÈÈn vereniging kan tegelijkertijd door meerdere personen worden geraadpleegd.
Vanuit de verenigingsapplicatie worden de ledengegevens, zoals die op dit moment al door de
Atletiekunie worden bijgehouden, automatisch gekoppeld aan de centrale database van de Atletiekunie.
De Atletiekunie blijft daarmee dezelfde gegevens van leden registreren als nu al het geval is. In de
verenigingsapplicatie kunnen naast de ledengegevens ook andere gegevens worden opgenomen, zoals
gegevens van relaties, leveranciers, donateurs enzovoorts. Al deze informatie en ook de financiÎle
gegevens van de vereniging zijn uiteraard niet inzichtelijk voor anderen of voor de Atletiekunie. Eind 2008
is een testversie van de RVA opgeleverd die op dit moment door een klein aantal verenigingen wordt
getest. De volgende stap is het uitzetten van deze versie onder de testgroep van ruim 25 verenigingen.
Waar nodig worden geconstateerde gebreken en omissies in de testversie direct aangepast.
Op een termijn van enkele maanden komt daarmee de RVA beschikbaar voor alle verenigingen en
loopgroepen. Ten behoeve van de introductie van de RVA voor verenigingen, zal iedere vereniging de
mogelijkheid krijgen om via een inlogcode een demoversie van de RVA in te zien en daarin ook fictief te
kunnen werken. Hierdoor kan een afweging worden gemaakt om al dan niet tot aanschaf over te gaan.
De kosten voor de ontwikkeling van de RVA komen voor rekening van de Atletiekunie. Per vereniging
zullen de bestaande verenigingsgegevens gemigreerd moeten worden naar de Verenigingsapplicatie.
Ook deze migratiekosten zullen door de Atletiekunie worden betaald. De kosten voor verenigingen die
gebruik gaan maken van de RVA blijven daarmee beperkt tot een jaarlijks bedrag voor onderhoud en
beheer. Deze jaarlijkse kosten voor de vereniging gaan circa Ä 250 per vereniging bedragen.
Een implementatiegroep zal de verdere integratie en financiering binnen de Atletiekunie begeleiden.
4. Terugblik regionale overleggen
Het bestuur heeft zich gebogen over de samenvattingen van de regionale voorzittersoverleggen en de
regionale overleggen loopsport zoals die in het laatste kwartaal van 2008 zijn gehouden. Er wordt
(opnieuw) vastgesteld dat deze overlegvorm ñ afgezien van regionale verschillen ñ duidelijk in een
behoefte voorziet. Vandaar dat deze in het voorjaar van 2009 ook zal worden voortgezet. Het bestuur
staat open voor de ontvangen signalen, ook wanneer deze kritisch zijn gestemd. De hierbij naar voren
gebrachte ontwikkelingen van bestuurlijke aard worden uiteraard ter harte genomen en betrokken bij de
verdere uitwerking van de jaarplancyclus. Voor zover het de praktische werkuitvoering betreft, zijn deze
onder de aandacht van de directie van het bondsbureau gebracht. Via deze voorzittersbrief zal op
geÎigende momenten een terugkoppeling worden verzorgd in de voortgang van de actiepunten.
De samenvattingen van deze regionale overleggen zijn als bijlage 3 en 4 bij deze brief gevoegd.
5. NKís indoor Apeldoorn
Onlangs ontving u een uitnodiging voor het bijwonen van de AA-Drink NK Indoor in Apeldoorn op 14 en
15 februari 2009 in de nieuwe indooratletiek accommodatie het Omnisportcentrum te Apeldoorn. Graag
hopen wij u hier te ontmoeten. Wel graag even vooraf aanmelden via de receptie van het bondsbureau
van de Atletiekunie. En mocht het dat weekend niet lukken, dan bent u uiteraard van harte welkom tijdens
ÈÈn van de andere nationale kampioenschappen die hier gedurende de maand februari worden
gehouden. Absoluut de moeite waard om deze fraaie accommodatie een keertje te bezoeken!
6. Themadag jurykader
Op zaterdag 14 maart 2009 organiseert de Atletiekunie op Papendal voor het eerst een themadag
jurykader. Het thema van deze dag is ëBeter Samen -Samen Beterí. Deze themadag is voor iedere
wedstrijdofficial en andere geÔnteresseerden toegankelijk, mits lid van de Atletiekunie. De belangstelling
voor deze themadag is groot gebleken. Mocht er vanuit uw vereniging hiervoor nog belangstelling zijn,
raadpleeg dan even de website www.atletiekunie.nl, tab wedstrijdatletiek, rubriek jury. En vol-is-vol!
6. Dag van de Baanatletiek
Op zaterdag 28 maart 2009 organiseert de Atletiekunie op Papendal haar 5e Dag van de Baanatletiek.
Graag breng ik deze kaderdag ook langs deze weg onder uw aandacht. De dag is bedoeld om trainers en
kaderleden op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen binnen de wereld van de atletieksport. De titel
van deze 5e dag luidt: ëWie geeft 't stokje door'. Communicatie van de vereniging staat centraal.
Voorheen werd dit evenement eenmaal per twee jaar aangeboden. Nu is de Themadag Jeugd en Dag
van de Baanatletiek samengevoegd en zal er dus jaarlijks een Dag van de Baanatletiek worden
georganiseerd. Op deze Dag van de Baanatletiek zal ook een aantal workshops en presentaties specifiek
voor jeugd worden aangeboden. Meer informatie vindt u op www.atletiekunie.nl, tabblad wedstrijdatletiek.
Ik neem aan u hiermede weer voldoende te hebben geÔnformeerd.
Met vriendelijke groet,
KONINKLIJKE NEDERLANDSE ATLETIEK UNIE
Rien van Haperen
directeur
Bijlagen: 4
Bijlage 1
Portefeuilleverdeling uniebestuur Atletiekunie per 15 januari 2009
Naam/functie/portefeuille Taakgebieden
Waarnemend voorzitter
Sylvia Barlag
∑ Internationale contacten (IAAF, European Athletics)
∑ Topatletiek (baan-en indoor)
∑ Contacten VWS, NOC*NSF e.a.
∑ (Inter)nationale kampioenschappen
∑ Unieraad en adviescommissie beleid en organisatie
FinanciÎn
Harry Peters
∑ Subsidieverleners VWS, NOC*NSF e.a.
∑ Personeel en Organisatie
∑ ICT
Topatletiek
Ellen van Langen
∑ Topatletiek (mila)
∑ Talentontwikkeling
∑ Sportgezondheid
Marketing en Communicatie
Waarnemend:
Ruud Kok
∑ Marketing, Communicatie en PR
Wedstrijdatletiek & Verenigingszaken
Aad Grimbergen
∑ Verenigingszaken
∑ Colours of Athletics
∑ Opleidingen en juryzaken
∑ School-en jeugdatletiek
∑ Accommodatiezaken
∑ Competitie, nationaal baancircuit en kalender
Loopsport
Ruud Kok
∑ Wegatletiek (incl. cross country)
∑ Loopsport
∑ Grote loopevenementen
Directeur ∑ Ambtelijk secretaris
Rien van Haperen ∑ Statuten en reglementzaken
∑ Anti-dopingzaken (Instituut Sportrechtspraak)
∑ Onderscheidingen
Bijlage 2
Notitie Verenigingsadvies 2009 en verder
Inleiding
Het beoefenen van atletiek vindt primair plaats bij de verenigingen. Voor de loopsport ligt dat iets anders.
Hier zijn veel ongebonden lopers terug te vinden. De verenigingen ontstaan vaak vanuit een intrinsieke
motivatie van een aantal gelijkgestemde personen welke de atletiek een warm hart toe dragen. In die
gelijkgestemdheid hebben in het (verre) verleden veel verenigingen het daglicht gezien. De omgeving
waarin het besturen van een sportvereniging zich af speelde was weinig complex. Maar tijden
veranderenÖ! Enorme toename van wet-en regelgeving, ontstaan van diverse trends (zapcultuur,
wellness, traditionele structuren verdwijnen, de grillige consument, terugtredende overheid, tijd als
kostenpost, kapers op de kust e.d.) maken de omgeving van de vereniging stukken complexer. De druk
op (minder) vrijwilligers voor meer taken en complexiteit van taken neemt toe. Maatschappelijke
vraagstukken en kansen van uiteenlopende aard (kinderopvang, integratie, vergrijzing, bewegen en
gezondheid) en de druk van de politiek op de sportverenigingen om bij te dragen aan een oplossing
daarvan. Ondanks deze ontwikkelingen (of beter dankzij) zijn er echter ook talrijke kansen voor de
atletiekverenigingen om -juist inspelende op die trends -zich verder te profileren en versterken. Daarmee
vergroten zij tevens de basis en slagkracht van de Atletiekunie als geheel!!
EÈn ding is echter zeker. Op een enkele vereniging na lukt dat de atletiekvereniging niet alleen. De
Atletiekunie zal daar -vanuit haar rol als ìinspirerende coachî -ondersteuning aan moeten bieden, opdat
de vereniging die wel wil maar wellicht nog niet helemaal kan een breed aanbod kan genereren, mede
met het oog op een ìleven lang sportenî. Uit de recent verschenen landelijke verenigingsmonitor blijkt dat
grote verenigingen het meeste behoefte hebben aan ondersteuning. De Atletiekunie zit wat (gemiddelde)
omvang van haar verenigingen betreft in de top 3 van sporten. Dat geeft aan de ene kant de
mogelijkheden tot ontwikkeling en profilering aan. Aan de andere kant vergt dat ook steeds meer van de
vrijwilligers (in eerste instantie het bestuurlijke apparaat) van de atletiekverenigingen.
Het ondersteunen van verenigingen vanuit de Atletiekunie gebeurt momenteel op tal van manieren. Toch
volstaat deze ondersteuning niet. Het gewenste effect om verenigingen te versterken wordt daar niet
structureel mee gehaald. Daarom wordt momenteel gekeken naar het inzetten van ìverenigingsadviesî.
Wat houd verenigingsadvies in?
Een optionele uitwerking van het meerjarenbeleid De Inspirerende Coach is die van de invulling van
ìverenigingsadviseurî. Deze functionaris is de proactieve en persoonlijke link tussen de Atletiekunie en
haar verenigingen. Deze functionaris adviseert de vereniging t.a.v. de vragen die er spelen. Daar waar
niet direct een pasklaar antwoord te geven is volgt een stap naar een andere vorm van ondersteuning. Dit
kan zijn: nader onderzoek, doorverwijzen, hulp vanuit de Atletiekunie intern, dan wel externe experts
inschakelen. In ieder geval moet de cirkel steeds rond en de vereniging geholpen zijn.
Over het algemeen zijn verenigingsadviseurs allround medewerkers. Daarmee wordt bedoeld dat ze van
veel vraagstukken behoorlijk veel afweten, en op een beperkt aantal vraagstukken expert zijn. Deze
specifieke kwaliteiten dienen zoveel mogelijk Atletiekunie breed te worden benut.
In het verleden zijn er binnen de Atletiekunie ervaringen opgedaan met de vrijwilligers functie van
regiocoˆrdinator. Dit leverde een divers beeld op qua rolinvulling, tijdbesteding en positionering binnen de
Atletiekunie. Thans wordt de behoefte gevoeld om de adviesfunctie meer structureel in te vullen.
Waarom verenigingsadvies?
Gezien de uitstekende mogelijkheden die verenigingsadvies biedt om nieuwe (maatschappelijke)
ontwikkelingen -snel en adequaat -te kunnen laten landen in het werkveld is het voor een zichzelf
profilerende bond een must om prioriteit aan verenigingsadvies te geven. Steeds vaker wordt vanuit
allerlei instanties een beroep gedaan op de lokale sportvereniging die zich op haar beurt steeds meer en
meer aangesproken voelt op haar maatschappelijke betrokkenheid. Weloverwogen keuzes maken wordt
in dit soms onoverzichtelijke werkveld steeds lastiger. Kwalitatieve ondersteuning wordt daarbij steeds
belangrijker. Ten aanzien van dit onderwerp hebben ook gesprekken met andere sportbonden plaats
gevonden, welke al enige tijd werken met verenigingsadviseurs (soms ook consulenten genoemd).
Ook hier kwam duidelijk naar voor wat de ondervonden voordelen van verenigingsadvies zijn:
ï
ìDe Atletiekunieî nog meer een gezicht geven naar de verenigingen toe (relatiebeheer)
ï
Verenigingen daadwerkelijk ondersteunen vanuit de Atletiekunie zelf.
ï
Verenigingen laten ervaren dat de Atletiekunie er voor hen is als inspirerende coach.
ï
Structureel versterken van verenigingen door ondersteuning op maat.
ï
Inbedden van projecten bij verenigingen waaraan behoefte bestaat. Denk aan jeugdprojecten,
stimuleren samenwerkingsverbanden, adviseren bij professionalisering van verenigingen e.d..
ï
Het beter en structureel in kaart brengen van wat er op lokaal niveau speelt.
ï
In kaart brengen van wensen en behoeften waardoor projecten beter kunnen worden uitgezet.
Wat kan verenigingsadvies nog meer bieden?
Primair hebben de adviseurs tot taak de verenigingen verder te helpen bij relevante vraagstukken.
Tegelijkertijd kan echter ook pro-actief gewerkt worden aan het laten landen van de in de ogen van de
Atletiekunie zo belangrijke onderwerpen voor het versterken van verenigingen:
Een greep uit de aspecten waar de verenigingsadviseur zich mee bezig gaat houden:
∑ Accountfunctie ten behoeve van verenigingen richting landelijke organisatie.
∑ Inbedden van structureel vrijwilligersbeleid (kwaliteit en kwantiteit).
∑ Professionalisering b.v. in de vorm combinatiefuncties en verenigingsmanagers.
∑ Stimuleren kaderontwikkeling en opleidingen op het gebied van trainers.
∑ Bevorderen van planmatige aanpak bij verenigingen in plaats van reageren bij de waan van de dag.
∑ Stimuleren lokale en regionale samenwerkingsverbanden.
∑ Stimulering en behoud van doelgroepen. Primair gericht op jeugd (werving maar vooral behoud).
∑ Verdere vormgeving en invulling van segmenteren van verenigingen.
In feite kan de verenigingsadviseur voor vrijwel alle activiteiten van de Atletiekunie een vooruitgeschoven
positie innemen om te adviseren hoe een vereniging zichzelf met bepaalde onderwerpen kan versterken.
Hoe wordt verenigingsadvies organisatorisch ingebed?
Meest logisch is om verenigingsadvies in te bedden binnen de sector Wedstrijdatletiek en
Verenigingszaken. Het betreft vooral een ambulante functie die flexibel dient te worden ingevuld. Naast
de huidige activiteiten ligt het in de rede om voor de invulling van het verenigingsadvies een tweetal
medewerkers in te zetten. In een periode van twee jaar zal deze vorm van advisering haar meerwaarde
moeten bewijzen. Vanuit de dan ontstane situatie zal gekeken worden naar hoe deze vorm van
ondersteuning zich verder kan ontwikkelen. Een start maken met minder capaciteit heeft negatieve
bijeffecten als te lange wachttijden voor verenigingen en niet adequaat genoeg kunnen inspringen op
ontwikkelingen en relatief hogere functioneringskosten. De financiÎle effecten voor het inzetten van een
dergelijke functie zullen in de verdere uitwerking uiteraard meegenomen dienen te worden.
Bijlage 3
Hoofdlijnen voorzittersoverleggen
Indruk
Over het algemeen goed bezette overleggen. Bijdragen waren constructief waarbij de accenten lagen op
het agendapunt ìregiozakenî en Meerjarenbeleidsplan. Gericht op onderwerpen die breder terugkomen
dan in ÈÈn specifieke regio: Veel gaat (natuurlijk) goed. Meest kritische geluiden zijn hiernaar verwoord:
1.
Algemeen
Meerjarenbeleidsplan
ï
De drie genoemde speerpunten worden onderkend en als positief ervaren waarbij versterken
verenigingen de hoogste prioriteit zou moeten krijgen!
ï
De vraag komt naar voor of opleidingen in MJB wel voldoende aandacht krijgt in relatie met het belang
ervan voor de Atletiekunie (via haar verenigingen).
ï
Veel verenigingen hebben nog niet het gevoel dat het motto van 2008 ìniet meer maar beterî goed uit
de verf is gekomen. Nog steeds komen er maar ideeÎn en projecten bij, zonder dat gezegd kan
worden dat de kwaliteit van andere nu zo goed te noemen is.
ï
In dat verlengde wordt hier en daar ook de vraag gesteld of de gestelde doelen (niveau en
hoeveelheid) van het huidige MJB niet te ambitieus zijn. De lat iets hoger leggen akkoord, maar
overdreven veel stelt later alleen maar teleur en schept valse verwachtingen.
ï
Een enkele opmerking is gemaakt t.a.v. het te weinig ingaan op het algemene imago van de Atletiek,
en hoe dit te verkopen naar de niet-leden. TV, media divers, scholen, etc. Dit ter stimulering van de
atletieksport (landelijk)
ï
Veel behoefte aan concretisering van wat de plannen nu voor de verenigingen gaan betekenen.
Terugkoppeling daarvan is noodzakelijk.
ï
Behoefte aan helder en aantrekkelijk overzicht van de voordelen van het lidmaatschap van de
Atletiekunie. Zowel richting het individu, als richting de vereniging. Als tool voor de vereniging en
vermarkten Atletiek.
2.
Loopsport
ï
Start to Run: te vaak nog geen goede lijn vanuit hardloopspeciaalzaken naar de vereniging. Zelfs niet
aangesloten hardloopgroepen die bij speciaalzaak de voorkeur krijgen boven relatie met de
vereniging. Laat verenigingen leading zijn.
ï
Er komen ontevreden signalen uit het land van verenigingen die in plaats van de verleden jaar
toegezegde gerichte informatie voor de wandelaar (NW en SW) alleen maar merken dat dit nog
minder wordt. Verenigingen gaan inmiddels al wandelaars onder brengen bij KNBLO-NL waardoor
men wel gerichte info op de deurmat krijgt. Gevolg is hogere kosten (afdracht voor lid / vereniging).
Risico van deze beweging is dat het onderbrengen van deze leden elders een afscheiding van de
Atletiekunie kan betekenen: minder inkomsten.
3.
Wedstrijd-en verenigingszaken
ï
Verenigingen ervaren in plaats van minder alleen maar meer druk t.a.v. aantrekken en opleiden van
(potentiÎle) trainers. Men verwacht en merkt in de dagelijkse praktijk meer weerstand en knelpunten
t.a.v. werving en opleiden vrijwilligers. Men ziet hierin een grote dreiging voor de toekomst. In
toenemende mate zijn over dit onderwerp een soort van ìnoodroepenî te horen.
ï
Nog steeds vrijwel unaniem onvrede over de huidige stand van zaken t.a.v. de opleidingen bij de
Atletiekunie. De kwaliteit wordt als goed ervaren (afh. van de cursus soms zelfs overdreven hoog) Het
aantal en diversiteit van bijscholingen wordt nog steeds als negatief beoordeeld. Ook het wel / niet
doorgaan van opleidingen, de frequentie en spreiding door het land schiet tekort.
ï
Onvrede over herhaaldelijk uitstel bij de nieuwe ledenadministratie voor verenigingen.
ï
Onvoldoende aandacht voor organisatie pupillencompetitie (zowel qua afstemming als ondersteuning)
ï
Toenemende behoefte bij verenigingen om bij ernstige zaken in het kader van sociale veiligheid een
vangnet te hebben (b.v. een formele commissie of via het Instituut voor sportrechtspraak (ISR).
ï
Verenigingen blijven aandragen dat er een oplossing moet komen voor triatleten en wandelaars die
min of meer gedwongen bij twee bonden zijn aangesloten dubbele afdracht.
4.
Topsport
ï
Er is behoefte aan ondersteuning bij het opzetten van activiteiten voor lokale ìtalentenî die nog net
onder het niveau zitten van de regiotrainingen. Clubclustering komt zeer moeizaam van de grond.
ï
Communicatie rond regionale trainingen. Regelmatig gebeurt het nog dat verenigingen geconfronteerd
worden met atleten die hiervoor uitgenodigd zijn terwijl de vereniging daar zelf nog niets vanaf weet.
Inmiddels is op vrijwel alle (specifieke) vragen vanuit de regioís een antwoord gekomen en is feedback
direct met toezenden van de (20) verslagen gegeven. Deze directe terugkoppeling en vervolgens
eventuele verwijzing naar contactpersonen binnen de Atletiekunie wordt zeer gewaardeerd.
Papendal, december 2008
Bijlage 4
Hoofdlijnen regionale overleggen loopsport
Algemene indruk
Redelijk tot goed bezochte bijeenkomsten op het niveau van kieskringen. In totaal zijn 52 verenigingen
aanwezig geweest, alsmede drie Dutch Runners loopgroepen. De bijeenkomsten verliepen op een open
en constructieve wijze. Aanwezigen waren afkomstig uit verschillende geledingen variÎrend van
vertegenwoordigers van loopevenementen, bestuurders van verenigingen, commissieleden en trainers.
Door dit gemÍleerde gezelschap komen veel invalshoeken aan bod.
Hoofdlijnen
Onderstaand worden punten die in meerdere overleggen naar voren zijn gekomen nader toegelicht,
overigens in volstrekt willekeurige volgorde.
Start to Run
De opzet is bij nagenoeg iedere aanwezige bekend. Het concept wordt overwegend zeer positief
ontvangen; verenigingen zien kansen, met name door een goed vervolgaanbod na afloop van de
trainingcyclus kan dit veel nieuwe leden opleveren voor de verenigingen. Inmiddels is bij meer dan de
helft van de locaties (op enigerlei wijze) een vereniging betrokken.
In zeer beperkte mate is er kritiek op de inhoud van het programma en de verdeling van de locaties.
De geproefde algemene tendens is dat verenigingen in de loop van de jaren positiever zijn gaan
aankijken tegen Start to Run, alsmede ook daadwerkelijk de kansen van het concept beter benutten.
Wandelaars
Veel verenigingen zijn zoekende naar de positie van de Sportief Wandelaars (SW) en Nordic Walkers
(NW). Vele tientallen verenigingen hebben dergelijke leden, echter zij vinden dat de dienstverlening
vanuit de bond voor deze groep (nog altijd) tekort schiet. Een korting op de bondsafdracht en het geven
van trainersopleidingen worden niet / te weinig ervaren als een meerwaarde.
Belastbaarheid jeugd
Geconstateerd wordt de jeugd steeds sneller/jonger gaat specialiseren in het lopen, en ook steeds
grotere afstanden. Er volgt een inventarisatie onder de aanwezige verenigingen hoe zij hierin staan.
Wordt specialisatie toegejuicht? Worden faciliteiten geboden? Of is de opleiding nog steeds erg breed tot
de leeftijd van 13/14 jaar?
De uitkomsten zijn ongeveer fifty-fifty. De helft van de vereniging biedt geen enkele mogelijkheid tot
specialisatie tot circa 13/14 jaar. De andere helft van de verenigingen biedt wel specialisatietrainingen.
De vraag die door aanwezigen veelal gesteld werd: ìwat is het advies/beleid van de Atletiekunie in dezeî?
Relatie verenigingen Loopevenementen
In algemene zin kan worden gesteld dat evenementen in goede harmonie leven met de omringende
verenigingen. Gezamenlijke voorbereidingstrajecten zijn eerder regel dan uitzondering. Er worden via
allerlei soorten samenwerking win-/winsituaties gecreÎerd.
Punt van kritiek zou kunnen zijn dat loopevenementen wel erg ìmachtigî zijn, met name op het gebied
van (lokale) kalendercoˆrdinatie geeft dit nog wel eens problemen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Veel verenigingen zien zich geconfronteerd met diverse verzoeken om sport als middel in te zetten voor
bijvoorbeeld gezondheidszorg, integratie en sociale cohesie. Zowel sportbonden, sportraden als
gemeenten betrekken hierbij de verenigingen. Verenigingen geven aan behoefte te hebben aan
verenigingsondersteuning specifiek op dit gebied. Als suggestie wordt gegeven een thema-rondje
ìmaatschappelijke verantwoordelijkheid, hoe richt je de club daarvoor inî te organiseren.
Opleidingen
Kort wordt de nieuwe opleidingsstructuur toegelicht. Verenigingen wachten met het stellen van vragen en
het plaatsen van opmerkingen tot het moment dat de informatieavonden in de diverse regioís zullen
worden gehouden, voorjaar 2009.
Meerwaarde Atletiekunie ï
beweeg je (ook) lokaal
Hoe wordt de Atletiekunie een (nog) betere inspirerende coach? Deze vraag werd behandeld in de
overleggen, antwoorden waren eensluidend: kies een (meer) lokale insteek van serviceverlening:
∑ lokale clinics voor lopers (ìlokale Running Experienceî / ìworkshops met rolmodellenî)
∑ lokale bijscholingen voor trainers (ìlokale looptrainersdagen e.d.î)
∑ informatiestroom niet altijd via besturen spelen, maar ook wat vaker rechtstreeks naar leden
Papendal, januari 2009
Brief atletiekunie over actualiteiten
Door Atletiekunie - 2009-02-22 12:23:11
Betreft
Actuele onderwerpen Arnhem
28 januari 2009
Geachte voorzitters,
Leden van de unieraad,
Namens het bestuur van de Atletiekunie breng ik graag de volgende onderwerpen onder uw aandacht.
1. Samenstelling uniebestuur
Na het terugtreden van voorzitter Wim Slootbeek per 6 januari 2009 heeft het bestuur zich ñ in overleg
met de adviescommissie beleid en organisatie van de unieraad -beraden over een profielschets met het
oog op de invulling van dit voorzitterschap. Met het oog hierop is een procedure ontwikkeld die er op
gericht is om per unieraadsvergadering van 25 april 2009 in deze vacature te voorzien. Hiervoor worden
thans gesprekken met potentiÎle kandidaten opgestart. Tot de definitieve invulling van deze vacature zal
Sylvia Barlag als waarnemend voorzitter fungeren. Ook de overige portefeuilles binnen het bestuur zijn
aan de actuele ontwikkelingen aangepast. Het overzicht per 15 januari 2009 gaat hierbij als bijlage 1.
Het bestuur is verheugd te kunnen melden dat Theo Hoex bereid is gevonden om als kandidaat voor de
eerder vrijgevallen portefeuille Communicatie, Marketing en Evenementen in het bestuur te fungeren.
Theo Hoex (59 jaar) beschikt over een ruime bestuurlijke ervaring in de sportwereld en heeft vanuit deze
achtergrond een warme belangstelling voor de atletiek-en loopsport. Naast een aantal functies op
gemeentelijk niveau (sportzaken) was hij in de afgelopen jaren directeur van de Nederlandse Volleybal
Bond en directeur van de Wielrenunie. In die hoedanigheid maakte hij onder andere deel uit van een
aantal projectgroepen van de UCI en het NOC*NSF. Bovendien was hij van 2001 t/m 2004 werkzaam als
plv. directeur van de Directie Sport bij het ministerie van VWS. Thans is hij werkzaam bij de gemeente
Overbetuwe als gemeentesecretaris, tevens algemeen directeur en specifiek belast met politieke en
bestuurlijke aangelegenheden, organisatie ontwikkeling en regionale samenwerking. De komende tijd zal
hij zich, tot aan de formele kandidaatstelling op 25 april 2009, nader oriÎnteren binnen de Atletiekunie.
2. Verenigingsadvies 2009 en verder
Het bestuur van de Atletiekunie heeft onlangs ingestemd met de hoofdlijnen van de notitie
Verenigingsadvies 2009 en verder. Het gedachtegoed in deze notitie voorziet erin om de positie van
verenigingen verder te kunnen versterken en sluit daarmee aan bij het beleid van de overheid, het
NOC*NSF en het meerjarenbeleid 2009 ñ 2012 van de Atletiekunie. Het bestuur is van mening dat
verenigingen een (nog) nadrukkelijkere positie zouden moeten innemen binnen de structuur van de
Atletiekunie en dat daarmee de wederzijdse meerwaarde ook beter tot zijn recht zou kunnen komen. Het
plan zal de komende periode verder worden uitgewerkt inclusief de financiÎle consequenties van een en
ander. Een samenvatting van deze notitie is als bijlage 2 bij deze brief gevoegd.
3. Renflex Verenigingsapplicatie
Door de firma Renflex wordt de laatste hand gelegd aan de ontwikkeling van de Renflex Verenigings
Applicatie (RVA), het ledenadministratieprogramma voor verenigingen. De RVA biedt een compleet
ledenprogramma, inclusief alle gewenste financiÎle aspecten die bij het voeren van een administratie
behoren. De RVA is een applicatie, die via de website van de Atletiekunie, door middel van een inlogcode
voor verenigingen beschikbaar komt, waarbij iedere vereniging uiteraard zijn eigen applicatie beheert. De
applicatie van ÈÈn vereniging kan tegelijkertijd door meerdere personen worden geraadpleegd.
Vanuit de verenigingsapplicatie worden de ledengegevens, zoals die op dit moment al door de
Atletiekunie worden bijgehouden, automatisch gekoppeld aan de centrale database van de Atletiekunie.
De Atletiekunie blijft daarmee dezelfde gegevens van leden registreren als nu al het geval is. In de
verenigingsapplicatie kunnen naast de ledengegevens ook andere gegevens worden opgenomen, zoals
gegevens van relaties, leveranciers, donateurs enzovoorts. Al deze informatie en ook de financiÎle
gegevens van de vereniging zijn uiteraard niet inzichtelijk voor anderen of voor de Atletiekunie. Eind 2008
is een testversie van de RVA opgeleverd die op dit moment door een klein aantal verenigingen wordt
getest. De volgende stap is het uitzetten van deze versie onder de testgroep van ruim 25 verenigingen.
Waar nodig worden geconstateerde gebreken en omissies in de testversie direct aangepast.
Op een termijn van enkele maanden komt daarmee de RVA beschikbaar voor alle verenigingen en
loopgroepen. Ten behoeve van de introductie van de RVA voor verenigingen, zal iedere vereniging de
mogelijkheid krijgen om via een inlogcode een demoversie van de RVA in te zien en daarin ook fictief te
kunnen werken. Hierdoor kan een afweging worden gemaakt om al dan niet tot aanschaf over te gaan.
De kosten voor de ontwikkeling van de RVA komen voor rekening van de Atletiekunie. Per vereniging
zullen de bestaande verenigingsgegevens gemigreerd moeten worden naar de Verenigingsapplicatie.
Ook deze migratiekosten zullen door de Atletiekunie worden betaald. De kosten voor verenigingen die
gebruik gaan maken van de RVA blijven daarmee beperkt tot een jaarlijks bedrag voor onderhoud en
beheer. Deze jaarlijkse kosten voor de vereniging gaan circa Ä 250 per vereniging bedragen.
Een implementatiegroep zal de verdere integratie en financiering binnen de Atletiekunie begeleiden.
4. Terugblik regionale overleggen
Het bestuur heeft zich gebogen over de samenvattingen van de regionale voorzittersoverleggen en de
regionale overleggen loopsport zoals die in het laatste kwartaal van 2008 zijn gehouden. Er wordt
(opnieuw) vastgesteld dat deze overlegvorm ñ afgezien van regionale verschillen ñ duidelijk in een
behoefte voorziet. Vandaar dat deze in het voorjaar van 2009 ook zal worden voortgezet. Het bestuur
staat open voor de ontvangen signalen, ook wanneer deze kritisch zijn gestemd. De hierbij naar voren
gebrachte ontwikkelingen van bestuurlijke aard worden uiteraard ter harte genomen en betrokken bij de
verdere uitwerking van de jaarplancyclus. Voor zover het de praktische werkuitvoering betreft, zijn deze
onder de aandacht van de directie van het bondsbureau gebracht. Via deze voorzittersbrief zal op
geÎigende momenten een terugkoppeling worden verzorgd in de voortgang van de actiepunten.
De samenvattingen van deze regionale overleggen zijn als bijlage 3 en 4 bij deze brief gevoegd.
5. NKís indoor Apeldoorn
Onlangs ontving u een uitnodiging voor het bijwonen van de AA-Drink NK Indoor in Apeldoorn op 14 en
15 februari 2009 in de nieuwe indooratletiek accommodatie het Omnisportcentrum te Apeldoorn. Graag
hopen wij u hier te ontmoeten. Wel graag even vooraf aanmelden via de receptie van het bondsbureau
van de Atletiekunie. En mocht het dat weekend niet lukken, dan bent u uiteraard van harte welkom tijdens
ÈÈn van de andere nationale kampioenschappen die hier gedurende de maand februari worden
gehouden. Absoluut de moeite waard om deze fraaie accommodatie een keertje te bezoeken!
6. Themadag jurykader
Op zaterdag 14 maart 2009 organiseert de Atletiekunie op Papendal voor het eerst een themadag
jurykader. Het thema van deze dag is ëBeter Samen -Samen Beterí. Deze themadag is voor iedere
wedstrijdofficial en andere geÔnteresseerden toegankelijk, mits lid van de Atletiekunie. De belangstelling
voor deze themadag is groot gebleken. Mocht er vanuit uw vereniging hiervoor nog belangstelling zijn,
raadpleeg dan even de website www.atletiekunie.nl, tab wedstrijdatletiek, rubriek jury. En vol-is-vol!
6. Dag van de Baanatletiek
Op zaterdag 28 maart 2009 organiseert de Atletiekunie op Papendal haar 5e Dag van de Baanatletiek.
Graag breng ik deze kaderdag ook langs deze weg onder uw aandacht. De dag is bedoeld om trainers en
kaderleden op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen binnen de wereld van de atletieksport. De titel
van deze 5e dag luidt: ëWie geeft 't stokje door'. Communicatie van de vereniging staat centraal.
Voorheen werd dit evenement eenmaal per twee jaar aangeboden. Nu is de Themadag Jeugd en Dag
van de Baanatletiek samengevoegd en zal er dus jaarlijks een Dag van de Baanatletiek worden
georganiseerd. Op deze Dag van de Baanatletiek zal ook een aantal workshops en presentaties specifiek
voor jeugd worden aangeboden. Meer informatie vindt u op www.atletiekunie.nl, tabblad wedstrijdatletiek.
Ik neem aan u hiermede weer voldoende te hebben geÔnformeerd.
Met vriendelijke groet,
KONINKLIJKE NEDERLANDSE ATLETIEK UNIE
Rien van Haperen
directeur
Bijlagen: 4
Bijlage 1
Portefeuilleverdeling uniebestuur Atletiekunie per 15 januari 2009
Naam/functie/portefeuille Taakgebieden
Waarnemend voorzitter
Sylvia Barlag
∑ Internationale contacten (IAAF, European Athletics)
∑ Topatletiek (baan-en indoor)
∑ Contacten VWS, NOC*NSF e.a.
∑ (Inter)nationale kampioenschappen
∑ Unieraad en adviescommissie beleid en organisatie
FinanciÎn
Harry Peters
∑ Subsidieverleners VWS, NOC*NSF e.a.
∑ Personeel en Organisatie
∑ ICT
Topatletiek
Ellen van Langen
∑ Topatletiek (mila)
∑ Talentontwikkeling
∑ Sportgezondheid
Marketing en Communicatie
Waarnemend:
Ruud Kok
∑ Marketing, Communicatie en PR
Wedstrijdatletiek & Verenigingszaken
Aad Grimbergen
∑ Verenigingszaken
∑ Colours of Athletics
∑ Opleidingen en juryzaken
∑ School-en jeugdatletiek
∑ Accommodatiezaken
∑ Competitie, nationaal baancircuit en kalender
Loopsport
Ruud Kok
∑ Wegatletiek (incl. cross country)
∑ Loopsport
∑ Grote loopevenementen
Directeur ∑ Ambtelijk secretaris
Rien van Haperen ∑ Statuten en reglementzaken
∑ Anti-dopingzaken (Instituut Sportrechtspraak)
∑ Onderscheidingen
Bijlage 2
Notitie Verenigingsadvies 2009 en verder
Inleiding
Het beoefenen van atletiek vindt primair plaats bij de verenigingen. Voor de loopsport ligt dat iets anders.
Hier zijn veel ongebonden lopers terug te vinden. De verenigingen ontstaan vaak vanuit een intrinsieke
motivatie van een aantal gelijkgestemde personen welke de atletiek een warm hart toe dragen. In die
gelijkgestemdheid hebben in het (verre) verleden veel verenigingen het daglicht gezien. De omgeving
waarin het besturen van een sportvereniging zich af speelde was weinig complex. Maar tijden
veranderenÖ! Enorme toename van wet-en regelgeving, ontstaan van diverse trends (zapcultuur,
wellness, traditionele structuren verdwijnen, de grillige consument, terugtredende overheid, tijd als
kostenpost, kapers op de kust e.d.) maken de omgeving van de vereniging stukken complexer. De druk
op (minder) vrijwilligers voor meer taken en complexiteit van taken neemt toe. Maatschappelijke
vraagstukken en kansen van uiteenlopende aard (kinderopvang, integratie, vergrijzing, bewegen en
gezondheid) en de druk van de politiek op de sportverenigingen om bij te dragen aan een oplossing
daarvan. Ondanks deze ontwikkelingen (of beter dankzij) zijn er echter ook talrijke kansen voor de
atletiekverenigingen om -juist inspelende op die trends -zich verder te profileren en versterken. Daarmee
vergroten zij tevens de basis en slagkracht van de Atletiekunie als geheel!!
EÈn ding is echter zeker. Op een enkele vereniging na lukt dat de atletiekvereniging niet alleen. De
Atletiekunie zal daar -vanuit haar rol als ìinspirerende coachî -ondersteuning aan moeten bieden, opdat
de vereniging die wel wil maar wellicht nog niet helemaal kan een breed aanbod kan genereren, mede
met het oog op een ìleven lang sportenî. Uit de recent verschenen landelijke verenigingsmonitor blijkt dat
grote verenigingen het meeste behoefte hebben aan ondersteuning. De Atletiekunie zit wat (gemiddelde)
omvang van haar verenigingen betreft in de top 3 van sporten. Dat geeft aan de ene kant de
mogelijkheden tot ontwikkeling en profilering aan. Aan de andere kant vergt dat ook steeds meer van de
vrijwilligers (in eerste instantie het bestuurlijke apparaat) van de atletiekverenigingen.
Het ondersteunen van verenigingen vanuit de Atletiekunie gebeurt momenteel op tal van manieren. Toch
volstaat deze ondersteuning niet. Het gewenste effect om verenigingen te versterken wordt daar niet
structureel mee gehaald. Daarom wordt momenteel gekeken naar het inzetten van ìverenigingsadviesî.
Wat houd verenigingsadvies in?
Een optionele uitwerking van het meerjarenbeleid De Inspirerende Coach is die van de invulling van
ìverenigingsadviseurî. Deze functionaris is de proactieve en persoonlijke link tussen de Atletiekunie en
haar verenigingen. Deze functionaris adviseert de vereniging t.a.v. de vragen die er spelen. Daar waar
niet direct een pasklaar antwoord te geven is volgt een stap naar een andere vorm van ondersteuning. Dit
kan zijn: nader onderzoek, doorverwijzen, hulp vanuit de Atletiekunie intern, dan wel externe experts
inschakelen. In ieder geval moet de cirkel steeds rond en de vereniging geholpen zijn.
Over het algemeen zijn verenigingsadviseurs allround medewerkers. Daarmee wordt bedoeld dat ze van
veel vraagstukken behoorlijk veel afweten, en op een beperkt aantal vraagstukken expert zijn. Deze
specifieke kwaliteiten dienen zoveel mogelijk Atletiekunie breed te worden benut.
In het verleden zijn er binnen de Atletiekunie ervaringen opgedaan met de vrijwilligers functie van
regiocoˆrdinator. Dit leverde een divers beeld op qua rolinvulling, tijdbesteding en positionering binnen de
Atletiekunie. Thans wordt de behoefte gevoeld om de adviesfunctie meer structureel in te vullen.
Waarom verenigingsadvies?
Gezien de uitstekende mogelijkheden die verenigingsadvies biedt om nieuwe (maatschappelijke)
ontwikkelingen -snel en adequaat -te kunnen laten landen in het werkveld is het voor een zichzelf
profilerende bond een must om prioriteit aan verenigingsadvies te geven. Steeds vaker wordt vanuit
allerlei instanties een beroep gedaan op de lokale sportvereniging die zich op haar beurt steeds meer en
meer aangesproken voelt op haar maatschappelijke betrokkenheid. Weloverwogen keuzes maken wordt
in dit soms onoverzichtelijke werkveld steeds lastiger. Kwalitatieve ondersteuning wordt daarbij steeds
belangrijker. Ten aanzien van dit onderwerp hebben ook gesprekken met andere sportbonden plaats
gevonden, welke al enige tijd werken met verenigingsadviseurs (soms ook consulenten genoemd).
Ook hier kwam duidelijk naar voor wat de ondervonden voordelen van verenigingsadvies zijn:
ï
ìDe Atletiekunieî nog meer een gezicht geven naar de verenigingen toe (relatiebeheer)
ï
Verenigingen daadwerkelijk ondersteunen vanuit de Atletiekunie zelf.
ï
Verenigingen laten ervaren dat de Atletiekunie er voor hen is als inspirerende coach.
ï
Structureel versterken van verenigingen door ondersteuning op maat.
ï
Inbedden van projecten bij verenigingen waaraan behoefte bestaat. Denk aan jeugdprojecten,
stimuleren samenwerkingsverbanden, adviseren bij professionalisering van verenigingen e.d..
ï
Het beter en structureel in kaart brengen van wat er op lokaal niveau speelt.
ï
In kaart brengen van wensen en behoeften waardoor projecten beter kunnen worden uitgezet.
Wat kan verenigingsadvies nog meer bieden?
Primair hebben de adviseurs tot taak de verenigingen verder te helpen bij relevante vraagstukken.
Tegelijkertijd kan echter ook pro-actief gewerkt worden aan het laten landen van de in de ogen van de
Atletiekunie zo belangrijke onderwerpen voor het versterken van verenigingen:
Een greep uit de aspecten waar de verenigingsadviseur zich mee bezig gaat houden:
∑ Accountfunctie ten behoeve van verenigingen richting landelijke organisatie.
∑ Inbedden van structureel vrijwilligersbeleid (kwaliteit en kwantiteit).
∑ Professionalisering b.v. in de vorm combinatiefuncties en verenigingsmanagers.
∑ Stimuleren kaderontwikkeling en opleidingen op het gebied van trainers.
∑ Bevorderen van planmatige aanpak bij verenigingen in plaats van reageren bij de waan van de dag.
∑ Stimuleren lokale en regionale samenwerkingsverbanden.
∑ Stimulering en behoud van doelgroepen. Primair gericht op jeugd (werving maar vooral behoud).
∑ Verdere vormgeving en invulling van segmenteren van verenigingen.
In feite kan de verenigingsadviseur voor vrijwel alle activiteiten van de Atletiekunie een vooruitgeschoven
positie innemen om te adviseren hoe een vereniging zichzelf met bepaalde onderwerpen kan versterken.
Hoe wordt verenigingsadvies organisatorisch ingebed?
Meest logisch is om verenigingsadvies in te bedden binnen de sector Wedstrijdatletiek en
Verenigingszaken. Het betreft vooral een ambulante functie die flexibel dient te worden ingevuld. Naast
de huidige activiteiten ligt het in de rede om voor de invulling van het verenigingsadvies een tweetal
medewerkers in te zetten. In een periode van twee jaar zal deze vorm van advisering haar meerwaarde
moeten bewijzen. Vanuit de dan ontstane situatie zal gekeken worden naar hoe deze vorm van
ondersteuning zich verder kan ontwikkelen. Een start maken met minder capaciteit heeft negatieve
bijeffecten als te lange wachttijden voor verenigingen en niet adequaat genoeg kunnen inspringen op
ontwikkelingen en relatief hogere functioneringskosten. De financiÎle effecten voor het inzetten van een
dergelijke functie zullen in de verdere uitwerking uiteraard meegenomen dienen te worden.
Bijlage 3
Hoofdlijnen voorzittersoverleggen
Indruk
Over het algemeen goed bezette overleggen. Bijdragen waren constructief waarbij de accenten lagen op
het agendapunt ìregiozakenî en Meerjarenbeleidsplan. Gericht op onderwerpen die breder terugkomen
dan in ÈÈn specifieke regio: Veel gaat (natuurlijk) goed. Meest kritische geluiden zijn hiernaar verwoord:
1.
Algemeen
Meerjarenbeleidsplan
ï
De drie genoemde speerpunten worden onderkend en als positief ervaren waarbij versterken
verenigingen de hoogste prioriteit zou moeten krijgen!
ï
De vraag komt naar voor of opleidingen in MJB wel voldoende aandacht krijgt in relatie met het belang
ervan voor de Atletiekunie (via haar verenigingen).
ï
Veel verenigingen hebben nog niet het gevoel dat het motto van 2008 ìniet meer maar beterî goed uit
de verf is gekomen. Nog steeds komen er maar ideeÎn en projecten bij, zonder dat gezegd kan
worden dat de kwaliteit van andere nu zo goed te noemen is.
ï
In dat verlengde wordt hier en daar ook de vraag gesteld of de gestelde doelen (niveau en
hoeveelheid) van het huidige MJB niet te ambitieus zijn. De lat iets hoger leggen akkoord, maar
overdreven veel stelt later alleen maar teleur en schept valse verwachtingen.
ï
Een enkele opmerking is gemaakt t.a.v. het te weinig ingaan op het algemene imago van de Atletiek,
en hoe dit te verkopen naar de niet-leden. TV, media divers, scholen, etc. Dit ter stimulering van de
atletieksport (landelijk)
ï
Veel behoefte aan concretisering van wat de plannen nu voor de verenigingen gaan betekenen.
Terugkoppeling daarvan is noodzakelijk.
ï
Behoefte aan helder en aantrekkelijk overzicht van de voordelen van het lidmaatschap van de
Atletiekunie. Zowel richting het individu, als richting de vereniging. Als tool voor de vereniging en
vermarkten Atletiek.
2.
Loopsport
ï
Start to Run: te vaak nog geen goede lijn vanuit hardloopspeciaalzaken naar de vereniging. Zelfs niet
aangesloten hardloopgroepen die bij speciaalzaak de voorkeur krijgen boven relatie met de
vereniging. Laat verenigingen leading zijn.
ï
Er komen ontevreden signalen uit het land van verenigingen die in plaats van de verleden jaar
toegezegde gerichte informatie voor de wandelaar (NW en SW) alleen maar merken dat dit nog
minder wordt. Verenigingen gaan inmiddels al wandelaars onder brengen bij KNBLO-NL waardoor
men wel gerichte info op de deurmat krijgt. Gevolg is hogere kosten (afdracht voor lid / vereniging).
Risico van deze beweging is dat het onderbrengen van deze leden elders een afscheiding van de
Atletiekunie kan betekenen: minder inkomsten.
3.
Wedstrijd-en verenigingszaken
ï
Verenigingen ervaren in plaats van minder alleen maar meer druk t.a.v. aantrekken en opleiden van
(potentiÎle) trainers. Men verwacht en merkt in de dagelijkse praktijk meer weerstand en knelpunten
t.a.v. werving en opleiden vrijwilligers. Men ziet hierin een grote dreiging voor de toekomst. In
toenemende mate zijn over dit onderwerp een soort van ìnoodroepenî te horen.
ï
Nog steeds vrijwel unaniem onvrede over de huidige stand van zaken t.a.v. de opleidingen bij de
Atletiekunie. De kwaliteit wordt als goed ervaren (afh. van de cursus soms zelfs overdreven hoog) Het
aantal en diversiteit van bijscholingen wordt nog steeds als negatief beoordeeld. Ook het wel / niet
doorgaan van opleidingen, de frequentie en spreiding door het land schiet tekort.
ï
Onvrede over herhaaldelijk uitstel bij de nieuwe ledenadministratie voor verenigingen.
ï
Onvoldoende aandacht voor organisatie pupillencompetitie (zowel qua afstemming als ondersteuning)
ï
Toenemende behoefte bij verenigingen om bij ernstige zaken in het kader van sociale veiligheid een
vangnet te hebben (b.v. een formele commissie of via het Instituut voor sportrechtspraak (ISR).
ï
Verenigingen blijven aandragen dat er een oplossing moet komen voor triatleten en wandelaars die
min of meer gedwongen bij twee bonden zijn aangesloten dubbele afdracht.
4.
Topsport
ï
Er is behoefte aan ondersteuning bij het opzetten van activiteiten voor lokale ìtalentenî die nog net
onder het niveau zitten van de regiotrainingen. Clubclustering komt zeer moeizaam van de grond.
ï
Communicatie rond regionale trainingen. Regelmatig gebeurt het nog dat verenigingen geconfronteerd
worden met atleten die hiervoor uitgenodigd zijn terwijl de vereniging daar zelf nog niets vanaf weet.
Inmiddels is op vrijwel alle (specifieke) vragen vanuit de regioís een antwoord gekomen en is feedback
direct met toezenden van de (20) verslagen gegeven. Deze directe terugkoppeling en vervolgens
eventuele verwijzing naar contactpersonen binnen de Atletiekunie wordt zeer gewaardeerd.
Papendal, december 2008
Bijlage 4
Hoofdlijnen regionale overleggen loopsport
Algemene indruk
Redelijk tot goed bezochte bijeenkomsten op het niveau van kieskringen. In totaal zijn 52 verenigingen
aanwezig geweest, alsmede drie Dutch Runners loopgroepen. De bijeenkomsten verliepen op een open
en constructieve wijze. Aanwezigen waren afkomstig uit verschillende geledingen variÎrend van
vertegenwoordigers van loopevenementen, bestuurders van verenigingen, commissieleden en trainers.
Door dit gemÍleerde gezelschap komen veel invalshoeken aan bod.
Hoofdlijnen
Onderstaand worden punten die in meerdere overleggen naar voren zijn gekomen nader toegelicht,
overigens in volstrekt willekeurige volgorde.
Start to Run
De opzet is bij nagenoeg iedere aanwezige bekend. Het concept wordt overwegend zeer positief
ontvangen; verenigingen zien kansen, met name door een goed vervolgaanbod na afloop van de
trainingcyclus kan dit veel nieuwe leden opleveren voor de verenigingen. Inmiddels is bij meer dan de
helft van de locaties (op enigerlei wijze) een vereniging betrokken.
In zeer beperkte mate is er kritiek op de inhoud van het programma en de verdeling van de locaties.
De geproefde algemene tendens is dat verenigingen in de loop van de jaren positiever zijn gaan
aankijken tegen Start to Run, alsmede ook daadwerkelijk de kansen van het concept beter benutten.
Wandelaars
Veel verenigingen zijn zoekende naar de positie van de Sportief Wandelaars (SW) en Nordic Walkers
(NW). Vele tientallen verenigingen hebben dergelijke leden, echter zij vinden dat de dienstverlening
vanuit de bond voor deze groep (nog altijd) tekort schiet. Een korting op de bondsafdracht en het geven
van trainersopleidingen worden niet / te weinig ervaren als een meerwaarde.
Belastbaarheid jeugd
Geconstateerd wordt de jeugd steeds sneller/jonger gaat specialiseren in het lopen, en ook steeds
grotere afstanden. Er volgt een inventarisatie onder de aanwezige verenigingen hoe zij hierin staan.
Wordt specialisatie toegejuicht? Worden faciliteiten geboden? Of is de opleiding nog steeds erg breed tot
de leeftijd van 13/14 jaar?
De uitkomsten zijn ongeveer fifty-fifty. De helft van de vereniging biedt geen enkele mogelijkheid tot
specialisatie tot circa 13/14 jaar. De andere helft van de verenigingen biedt wel specialisatietrainingen.
De vraag die door aanwezigen veelal gesteld werd: ìwat is het advies/beleid van de Atletiekunie in dezeî?
Relatie verenigingen Loopevenementen
In algemene zin kan worden gesteld dat evenementen in goede harmonie leven met de omringende
verenigingen. Gezamenlijke voorbereidingstrajecten zijn eerder regel dan uitzondering. Er worden via
allerlei soorten samenwerking win-/winsituaties gecreÎerd.
Punt van kritiek zou kunnen zijn dat loopevenementen wel erg ìmachtigî zijn, met name op het gebied
van (lokale) kalendercoˆrdinatie geeft dit nog wel eens problemen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Veel verenigingen zien zich geconfronteerd met diverse verzoeken om sport als middel in te zetten voor
bijvoorbeeld gezondheidszorg, integratie en sociale cohesie. Zowel sportbonden, sportraden als
gemeenten betrekken hierbij de verenigingen. Verenigingen geven aan behoefte te hebben aan
verenigingsondersteuning specifiek op dit gebied. Als suggestie wordt gegeven een thema-rondje
ìmaatschappelijke verantwoordelijkheid, hoe richt je de club daarvoor inî te organiseren.
Opleidingen
Kort wordt de nieuwe opleidingsstructuur toegelicht. Verenigingen wachten met het stellen van vragen en
het plaatsen van opmerkingen tot het moment dat de informatieavonden in de diverse regioís zullen
worden gehouden, voorjaar 2009.
Meerwaarde Atletiekunie ï
beweeg je (ook) lokaal
Hoe wordt de Atletiekunie een (nog) betere inspirerende coach? Deze vraag werd behandeld in de
overleggen, antwoorden waren eensluidend: kies een (meer) lokale insteek van serviceverlening:
∑ lokale clinics voor lopers (ìlokale Running Experienceî / ìworkshops met rolmodellenî)
∑ lokale bijscholingen voor trainers (ìlokale looptrainersdagen e.d.î)
∑ informatiestroom niet altijd via besturen spelen, maar ook wat vaker rechtstreeks naar leden
Papendal, januari 2009