Dit jaar is het 50 jaar geleden dat ik mijn eerste marathon liep (op 27 mei 1972). Tegenwoordig is een marathon niets bijzonders, maar dat was een halve eeuw geleden anders.

In Nederland waren er op dat moment maar 2 marathons: sinds 1947 de marathon van Enschede, die om de 2 jaar werd georganiseerd en dan tevens gold als NK. En de Westland Marathon in Maassluis, die in 1969 zijn start kende.

In de jaren dat Enschede niet organiseerde was er op wisselende locaties wel een NK. In 1964 vond dat in Vlissingen plaats. Later in 1972 zou er een 3e marathon bijkomen in Rotterdam. Niet met start en finish in het centrum, maar 6 ronden rond de Kralingse Plas. Amsterdam begon in 1975 met een marathon.

Het verschil met de huidige marathons was behoorlijk groot. Dikwijls een heen-en-terug-parcours met een keerpunt. Winnende tijden meestal net boven de 2.20 uur, maar bedenk dan dat het WR in 1972 “slechts” 2.08.33 uur bedroeg en het NR van Aad Steylen 2.19.07 uur.


Film van de Olympische Spelen

De aantrekkingskracht van de marathon begon bij mij na het zien van een film over de Olympische Spelen in Tokio 1964. Daarin de marathon met de legendarische Abebe Bikila, die na zijn finish uitgebreid gymnastische oefeningen stond te doen. Close-upbeelden van Ron Hill, Derek Clayton en Ron Clarke en hoe die elkaar indringend aankeken bij het keerpunt. Verder maakten de verhalen van Cees van den Bulck over wegwedstrijden van 20 en 25 km grote indruk op me. Cees vertelde die verhalen in de pauzes op de “Kweekschool”, waar wij probeerden onderwijzer te worden.

En dan de andere verschillen. Bij de marathons in de jaren 70 waren meestal maar 100 à 200 deelnemers en dat waren alleen mannen. Zij moesten minimaal 21 jaar oud zijn en werden op de dag van de wedstrijd medisch gekeurd. Wie vanwege de zenuwen een te hoge bloeddruk had, kreeg nog een herkansing. Als de bloeddruk te hoog bleef, mocht je niet starten.


Eindtijdlimiet

Verder kenden de marathons een limiet. Bij de Westland Marathon was dat 3.30 uur als eindtijd, maar nog belangrijker was de limiet na 30 en 35 km. Wie daar niet op tijd doorkwam, werd uit de wedstrijd genomen. Wie dan toch iets te laat finishte, kreeg wel zijn herinnering en kwam in de uitslag.

En als ik volledig wil zijn over verschillen, moet ik het ook even hebben over kleding en schoenen. Hardloopschoenen voor de weg waren er nauwelijks. Op de baan gebruikte je spikes en als trainingsschoenen werden gymschoenen of normale sportschoenen gebruikt. Dikwijls leer, met een enorme spekzool, vooral geschikt voor handbal e.d. Adidas en Puma hadden wel een speciale marathonschoen. Na lang wachten kon ik voor ongeveer 70 gulden op 27 mei starten op zo’n paar schoenen van Puma: rood suède met een keiharde zool. Wil je ze zien? Dat kan, want ik heb ze bewaard. Alle kleding was in die tijd katoen. Dat werd zwaar van het zweet, maar nog zwaarder van de regen. En regenen deed het op 27 mei 1972, zoals je kunt zien op de foto.


Zeeuwse marathonlopers

Waren er in 1972 al Zeeuwse marathonlopers? Tegenwoordig is er regelmatig discussie over wel of niet Zeeuw als het gaat over records en ranglijsten. Toen was dat gemakkelijk. Alleen leden van een club mochten meedoen en alleen leden van een Zeeuwse club kwamen in de ranglijsten. De afdeling Zeeland gaf elk jaar een gestencilde bestenlijst uit. Hierin stonden de beste prestaties van het afgelopen jaar en de 10 besten aller tijden op de diverse onderdelen.

In het naslagwerk van 1971 stonden slechts 5 namen bij de marathon aller tijden. Wim Caljouw met de snelste tijd ergens rond de 2.47 uur, Hans Bostelaar en Han Reynhout, maar de anderen weet ik niet zeker. Ik vermoed Ad Bouwens en een zekere Adrie de Bel.

De eerste Zeeuwse marathonloper zou ik dus zeker niet worden en ook niet de eerste marathonloper uit Goes. Mijn clubgenoot Cees Markusse had namelijk ook ingeschreven en Cees was een veel betere loper en kwam ruim 3 kwartier vóór mij over de finish. Cees kwam eigenlijk uit Bergen op Zoom, waar we hem kenden als lid van Spado. Vanwege zijn werk als kok bij serviceflat de Schakel verhuisde hij naar Goes en werd lid van AV’56. Cees liep bij zijn debuut een tijd onder de 2.40 uur en verbeterde het ZR. Later zou hij dat nog eens doen met een tijd van 2.32.13 uur in de Rotterdam Marathon van 1973.


Slecht weer!

Hoe verliep mijn eerste marathon? Wat me het meest is bijgebleven was het enorm slechte weer. Het was weliswaar eind mei, maar het leek wel herfst. Regen, hagel en onweer teisterden het Westland. Inlopen kon gelukkig in de sporthal, zodat we niet zeiknat aan de tocht hoefden te beginnen. Bij de start was het gelukkig droog, maar 5 minuten later begon het opnieuw. Ook deze marathon kende een traditioneel parcours. Van Maassluis naar Hoek van Holland en dan door het kassengebied langs de Staalse duinen naar het keerpunt. Vervolgens dezelfde weg terug en gelukkig werd het toen droog. Na zo’n 3 uur kwam ik helaas ook de man met de hamer tegen en moest er wel even gewandeld worden. Als pioniers van de marathon wisten we nog niet precies, hoe je moest trainen en vooral welk tempo je in het begin moest lopen. Na 3.30.47 uur (dus eigenlijk 47 seconden boven de limiet ) haalde ik als 105e van de 125 gestarte en 114 gefinishte lopers de finish en kreeg ik mijn vaantje.

Dat ik na zoveel jaren alles niet meer precies weet of dingen door elkaar gooi, werd me bij het maken van dit verhaal ook nog eens duidelijk. In mijn boekje “50 jaar hardloper” uit 2014 vertelde ik dat de wedstrijd gewonnen werd door de Brit Bernie Allen voor Geert Jansen en de Fransman Borowski. Na enig opzoekwerk via Wikipedia blijkt dat Jansen won voor Allen en een andere Fransman Kolbeck derde was. Borowski won in de jaren 70 wel een marathon in het Brabantse Oss.


Grote gevolgen voor Zeeland

Onze deelname had grote gevolgen voor het Zeeuwse marathonlopen. Cees en ik waren de 6e en 7e Zeeuw op de klassieke afstand, maar Cees van den Bulck en Wim Back, beiden van het Vlissingse Zeeland Sport, kwamen daar in juli bij, na hun deelname in Rotterdam. In 1973 en 1974 stonden er al meer leden van AV’56 aan de start in Maassluis: Koos Oggel, Cees Hoogesteger, Wim Roose, Jaap Oele, Hans Hoeksma, Jos Versteeg en hoe het de volgende decennia is gegaan, hoef ik eigenlijk niet te vertellen. Steeds meer Zeeuwse marathonlopers en ook marathons in Zeeland. In totaal heb ik 26 keer een marathon beëindigd met tijden tussen de 3.06 en 3.44 uur. Zeker geen toptijden en helaas nooit onder de 3 uur, maar ik ben nog altijd trots op de aanzet die we toen hebben gegeven.      

 

scan jan 2022

 

FOTO: Jan’s eerste marathon was zéér nat (Foto: privécollectie).

 

Share this post